Terug
Beantwoord Schriftelijke vragen 2026Z16802

De voedingssituatie in Gaza

Beantwoord door

Sjoerd Sjoerdsmaminister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Ingediend · 10 augustus 2026Beantwoord · 30 september 202651 dagen

Vragen en antwoorden

9 vragen

Origineel
1

Vraag

Heeft u kennisgenomen van de vragen van mevrouw Keijzer en de heer Markuszower d.d. 7 augustus 2026 over de recente IPC-/UNICEF-analyse over acute ondervoeding in Gaza, waarin wordt geconcludeerd dat de gemeten acute ondervoeding onder kinderen jonger dan vijf jaar aanzienlijk lager ligt dan eerdere prognoses en dat de onderzochte gebieden zijn ingedeeld in de laagste categorie van acute ondervoeding?

Antwoord

Ja.
2

Vraag

Op welke rapportages, datasets en analyses heeft het uw ministerie zich sinds oktober 2023 gebaseerd bij de beoordeling voor de verlening van humanitaire hulp in Gaza?

Antwoord

Het kabinet baseert zijn beoordeling van de situatie in de Gazastrook, naast de IPC-analyses, op rapportages van de Verenigde Naties, zoals OCHA, WHO, WFP en UNICEF, de Rode Kruis en -Halve maan beweging, en onze humanitaire partners in de regio, alsook de diplomatieke contacten van het kabinet. Het kabinet maakt de afweging van humanitaire bijdragen te allen tijde zorgvuldig, zoals beschreven in de Kamerbrief over financiële invulling humanitaire hulp 2026.
3

Vraag

Kan per belangrijke beleidsbeslissing of aanvullende humanitaire bijdrage ten aanzien van Gaza worden aangegeven welke informatiebronnen daarbij zijn gebruikt, welke indicatoren daarbij doorslaggevend waren en of deze informatie betrekking had op gemeten gegevens of prognoses?

Antwoord

Zie antwoord vraag 2.

Zie antwoord op vraag 2

4

Vraag

Heeft de recente IPC-/UNICEF-analyse aanleiding gegeven om de Nederlandse humanitaire inzet te herzien? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

De situatie in Gaza is nog altijd uiterst fragiel. Ondanks dat het staakt-het-vuren reeds tien maanden van kracht is, duurt de crisissituatie voort door aanhoudende gevechten, grootschalige ontheemding en het gebrek aan wederopbouw. De IPC waarschuwt dat de situatie zeer kwetsbaar is en snel verder kan verslechteren, mede door onzekerheid omtrent de herregistratieplicht voor internationale ngo's, overvolle opvanglocaties als gevolg van de opschuivende Gele Lijn, en beperkte toegang tot sanitaire voorzieningen. De beperkingen op commerciële en humanitaire toevoer zorgen ervoor dat Palestijnen in Gaza nog altijd volledig afhankelijk zijn van Israëlische beleidskeuzes om goederen, diensten en materialen al dan niet door te laten. Het Nederlands Rode Kruis berichtte op 7 september jl. dat de hulpverlening een kritiek dieptepunt heeft bereikt, o.a. door het feit dat steeds minder hulpgoederen worden binnengelaten en ziekenhuizen door tekort aan medische materialen steeds minder behandelingen kunnen uitvoeren. De op 23 juli jl. uitgebrachte IPC-analyse stelt bovendien dat ruim 1,2 miljoen mensen in Gaza (59 procent van de bevolking) te maken hebben met een hoge mate van voedselonzekerheid. Naar verwachting zal dit aantal stijgen tot 1,4 miljoen mensen (67 procent van de bevolking) tussen juli en december 2026. Ook kampen nog steeds meer dan 200.000 mensen met extreme voedseltekorten en zeer acute ondervoeding (IPC fase 4 i.e. Emergency). Het kabinet acht de voedselsituatie in de Gazastrook daarom nog altijd zeer zorgelijk en daarmee blijft de Nederlandse humanitaire inzet ongewijzigd. Eerdere kamerbrieven gingen in op de situatie destijds, daarom vormt de meest recent IPC-analyse geen aanleiding tot het rectificeren van eerdere uitspraken.
5

Vraag

Kunt u bevestigen dat in meerdere van u afkomstige Kamerbrieven het woord "hongersnood", "femine" of soortgelijke termen zijn gebruikt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid deze uitspraken naar aanleiding van de recente IPC-/UNICEF-analyse te rectificeren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Zie antwoord vraag 4.

Zie antwoord op vraag 4

6

Vraag

Bent u bekend met de vele beelden die al langere tijd via sociale media circuleren waarop voedselmarkten, winkels, restaurants en andere voedselvoorzieningen in Gaza zichtbaar zijn en waarop een aanzienlijke beschikbaarheid van voedsel wordt getoond?

Antwoord

Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 en 3 baseert het kabinet zijn beoordeling van de situatie op rapporten en informatie van onder andere VN-partners, (inter)nationale organisaties en diplomatieke contacten.
7

Vraag

Bent u van mening dat deze beelden het beeld tegenspreken dat er sprake zou zijn geweest van een algemene voedselcrisis of grootschalige voedseltekorten in Gaza? Zo nee, waarom niet en hoe beoordeelt u deze beelden in het licht deze aannames?

Antwoord

Zie antwoord vraag 6.

Zie antwoord op vraag 6

8

Vraag

Hoeveel aanwijzingen zijn er volgens u nog nodig voordat Nederland erkent dat een deel van de humanitaire hulp niet of nauwelijks bij de burgerbevolking terechtkomt, maar in handen valt van Hamas, zoals niet alleen blijkt uit videobeelden, maar ook uit verklaringen van de VN dat Hamas humanitaire hulpgoederen heeft gestolen? En hoe beoordeelt u deze situatie in het licht van de nieuwe VN-/Unicef-cijfers over de voedingssituatie?

Antwoord

De context in Gaza is bijzonder complex voor noodhulporganisaties. Het kabinet staat in nauw contact met de professionele humanitaire partners over de distributie van hulp en de uitdagingen hierbij. Het kabinet is bekend met signalen dat Hamas een kwalijke rol speelt wat betreft de catastrofale humanitaire situatie in Gaza en dat de organisatie de voedseldistributie verstoort. Zo spreekt de plaatsvervangend VN-coördinator voor het Midden-Oosten Vredesproces, Ramiz Alakbarov, in een statement van intimidatie, geweld en belemmering, waaronder smokkelpogingen en het doelbewust aanvallen en misbruiken van humanitaire operaties. Daarnaast moeten robuuste due dilligence procedures ervoor waken dat Nederlands geld niet ten goede komt aan terroristische organisaties. Hoewel deze geen volledige garanties bieden, helpen ze wel om risico's te minimaliseren. Het kabinet heeft daarnaast vertrouwen in het werk van partnerorganisaties waar Nederland mee werkt. Dit zijn professionele organisaties met een bewezen goede staat van dienst, óók in buitengewoon moeilijke omstandigheden, zoals die als Gaza, waar risico's nooit volledig uit te bannen zijn. Het kabinet hanteert een zero-tolerance for inaction beleid ten aanzien van misbruik van financiële middelen. Als uit het toezicht blijkt dat er mogelijk sprake is van fraude, verduistering of andersoortige malversaties, dan treedt het kabinet daar tegen op. Het kabinet informeert de Kamer altijd via de geëigende procedures over malversaties en ontvreemding van hulp. Bijna alle Palestijnen in Gaza zijn afhankelijk van humanitaire hulp. Zonder humanitaire hulp zouden 1,9 miljoen mensen in Gaza te maken krijgen met ernstige voedselnood. Het kabinet gaat deze hulp niet stopzetten.
9

Vraag

Bent u van mening dat, gelet op de financiële druk waaronder veel Nederlandse huishoudens momenteel staan en het feit dat veel Nederlanders hun dagelijkse boodschappen nu al niet meer kunnen betalen, direct met iedere vorm van ontwikkelingshulp gestopt moet worden te beginnen bij humanitaire hulp aan Gaza dat aantoonbaar bij terroristen terecht komt? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Zie antwoord vraag 8.

Zie antwoord op vraag 8