Terug
Beantwoord Schriftelijke vragen 2026Z16822

Het bericht van een man met 7 oktober shirt in de Albert Heijn in Amsterdam

Beantwoord door

Rob Jettenminister-president
Ingediend · 11 augustus 2026Beantwoord · 28 september 202648 dagen

Vragen en antwoorden

10 vragen

Origineel
1

Vraag

Bent u bekend met het bericht en de foto gepubliceerd op 9 augustus 2026 door onder andere het Centrum Informatie- en Documentatie Israel (CIDI), waaruit blijkt dat een man in een rood shirt, met daarop aan de achterzijde duidelijk bedrukt 'October 7', ongemoeid door de Albert Heijn aan de Jan Evertsenstraat in Amsterdam-West kon wandelen en winkelen en zo openlijk steun kon betuigen aan de Hamas-terreuraanslag van 7 oktober 2023, waarbij 1.200 onschuldige Israëlische burgers werden gemarteld, verkracht en vermoord?[1]

Antwoord

Ja, daarmee ben ik bekend.
2

Vraag

Bent u het ermee eens dat deze openlijke steun voor de grootste moord op Joden sinds de Holocaust, dan wel verheerlijking van de betrokken islamitische terreurgroepen walgelijk, schandalig en volstrekt ontoelaatbaar is en dat dergelijk virulent islamitisch antisemitisme niet thuishoort in Nederland? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Het bagatelliseren, bespotten of zelfs verheerlijken van aanslagen zoals deze op 7 oktober 2023 hebben plaatsgevonden zijn misplaatst en absoluut afkeurenswaardig. Het verheerlijken van terroristische misdrijven en het in het openbaar betuigen van steun aan terroristische organisaties zijn gedragingen die volledig haaks staan op uitgangspunten van onze democratische rechtsstaat.
3

Vraag

Kunt u uitleggen hoe het kan dat de dader zich blijkbaar onaantastbaar waant en denkt deze daad straffeloos te kunnen plegen? Waarom heeft Albert Heijn niet ingegrepen? Wat zegt dit over Albert Heijn in het algemeen en het betreffende Amsterdamse filiaal in het bijzonder? Waarom hebben de autoriteiten niet onmiddellijk tegen deze islamitische provocatie opgetreden? Zijn ze bereid dat alsnog binnen 24 uur te doen nu?

Antwoord

De handhaving van de openbare orde is een verantwoordelijkheid van de politie onder gezag van de burgemeester. Strafrechtelijke handhaving is aan politie onder het gezag van het Openbaar Ministerie (OM). Zij maken, op basis van wet- en regelgeving en beschikbare informatie, een zelfstandige afweging of en hoe wordt opgetreden. Winkels bepalen zelf hun huisregels en kunnen klanten aanspreken of wegsturen als dat nodig is voor orde en veiligheid. Het is niet aan mij om te treden in operationele keuzes van een specifiek filiaal of om vooruit te lopen op eventuele handhavingsstappen binnen een bepaalde termijn.
4

Vraag

Bent u bereid om alle middelen die de Nederlandse staat tot zijn beschikking heeft tegen de dader aan te wenden en om, als dat nog niet is gebeurd, alles op alles te zetten om de dader onmiddellijk te identificeren, op te sporen, te arresteren en te vervolgen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Waar sprake is van strafbare feiten, wordt opgetreden binnen het bestaande juridische kader. Identificatie, opsporing, aanhouding en vervolging zijn aan politie en OM. Zij handelen onafhankelijk en op basis van feiten en het wettelijk bewijsstelsel. De rijksoverheid ondersteunt dit met kaderstelling, prioritering op fenomenenniveau en middelen, maar treedt niet in individuele zaken.
5

Vraag

Bent u het ermee eens dat er voor de dader, die op zo'n schaamteloze wijze de Nederlandse waarden vertrapt, islamitische terreur viert en zich daarmee onmiskenbaar tegen de Nederlandse samenleving keert, geen plek in Nederland is én dat hij na veroordeling onmiddellijk dient te worden gedenaturaliseerd en het land uit moet worden gezet? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Zoals aangegeven in mijn antwoorden op vraag 3 en 4 is het aan de politie en het OM om eventuele strafbare feiten te onderzoeken en, waar mogelijk, te vervolgen. De identiteit, en daarmee nationaliteits- en verblijfsrechtelijke status, van de drager van het T-shirt is mij onbekend. Voor personen met de Nederlandse nationaliteit geldt dat het Nederlanderschap in specifieke, wettelijk geregelde gevallen kan worden ingetrokken. Zo kan op grond van artikel 14, tweede lid, Rijkswet op het Nederlanderschap bij personen die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een misdrijf met een terroristisch oogmerk intrekking van het Nederlanderschap plaatsvinden als er – naast de Nederlandse – sprake is van een tweede nationaliteit. Per casus wordt een zorgvuldige afweging gemaakt op basis van alle relevante omstandigheden. De intrekking van het Nederlanderschap gaat in de meeste gevallen gepaard met het opleggen van een terugkeerbesluit en een inreisverbod door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Hierna dient de persoon Nederland te verlaten. Waar mogelijk wordt ingezet op (al dan niet gedwongen) terugkeer.
6

Vraag

Bent u het ermee eens dat de integratie en de opvoeding van dit sujet evident hopeloos is mislukt en dat dit ook onvermijdelijk consequenties moet hebben voor het gezin en familie waar deze dader uit afkomstig is, bestaande uit het deporteren van zijn familie? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Naar de processen van integratie (voor zover aan de orde) en opvoeding is het slechts gissen omdat de identiteit van de T-shirtdrager niet bekend is. Het gebruik van het woord 'deporteren' acht ik gezien de historische connotatie ongepast. Voor daden van een individu kunnen het gezin of de familie niet verantwoordelijk worden gemaakt, tenzij een gezins- of familielid zelf een onrechtmatige daad heeft begaan of dat er sprake is van juridische aansprakelijkheid van ouders voor schade veroorzaakt door kinderen tot 16 jaar.
7

Vraag

Bent u bereid om bij naturalisatie en/of verblijfsrecht steun aan terrorisme of verheerlijking van 7 oktober als absolute uitsluitingsgrond te hanteren en bestaande verblijfsvergunningen op grond daarvan in te trekken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Zoals aangegeven in mijn antwoorden op vraag 3 en 4 is het wanneer sprake is (van verdenking) van strafbare feiten aan de politie en het OM om deze te onderzoeken en, waar mogelijk, te vervolgen. De IND beziet vervolgens bij een (onherroepelijke) veroordeling voor een misdrijf of dit gevolgen heeft voor het verblijfsrecht van een vreemdeling. Voor houders van een reguliere verblijfsvergunning is daarbij onder meer de glijdende schaal van toepassing. De IND beoordeelt aan de hand van de relatie tussen verblijfsduur en de zwaarte van een onherroepelijk opgelegde vrijheidsbenemende straf, en vervolgens aan de hand van het evenredigheidsbeginsel, of de verblijfsvergunning kan worden ingetrokken. Voor asielzoekers en statushouders is een EU-specifiek rechtelijk kader van toepassing, dat grotendeels is bepaald door jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU over de EU Kwalificatierichtlijn. Dit kader bepaalt dat er sprake moet zijn van een ernstig misdrijf (bij subsidiair beschermden) of een zeer ernstig misdrijf (bij verdragsvluchtelingen), wil de verblijfsvergunning worden ingetrokken of geweigerd. Ook indien de IND vaststelt dat er sprake is van een gevaar voor de nationale veiligheid, of artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag kan worden tegengeworpen, kan dit gevolgen hebben voor het verblijfsrecht van een vreemdeling. Als de vreemdeling niet (meer) in het bezit is van verblijfsrecht moet de betrokkene Nederland verlaten. Waar mogelijk wordt ingezet op (al dan niet gedwongen) terugkeer. In mijn antwoord op vraag 5 lichtte ik reeds toe in welke specifieke, wettelijk geregelde gevallen sprake kan zijn van nationaliteitsrechtelijke consequenties.
8

Vraag

Bent u bereid met Albert Heijn in gesprek te gaan en dit bedrijf mede te delen dat er in Nederland geen plaats is voor bedrijven die niet optreden tegen dit soort walgelijke vormen van terreurverheerlijking?

Antwoord

Een supermarkt is een publieke ruimte. Hier geldt de Nederlandse wet- en regelgeving en eventueel extra huisregels. Winkels hebben eigen verantwoordelijkheid om een veilige omgeving te waarborgen en kunnen daarop worden aangesproken. Het is niet aan de overheid om een bedrijf uit Nederland te weren vanwege het handelen of nalaten in een individuele casus; wel kunnen we sectorbreed afspraken en good practices stimuleren.
9

Vraag

Welke maatregelen neemt u verder om te voorkomen dat dergelijke openlijke steunbetuigingen aan Hamas en haar terreur in Nederlandse openbare ruimten zich blijven voordoen? Bent u bereid om gerichte instructies te geven aan politie, Openbaar Ministerie (OM), gemeenten en andere autoriteiten om hierop onmiddellijk en hard op te treden, inclusief arrestatie, denaturalisatie en deportatie van dader én gezin? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Ik onderstreep wederom dat ik het gebruik van het woord 'deportatie' ongepast vind, gezien de historische connotatie. Voor het reces heb ik uw Kamer een wetsvoorstel gestuurd in verband met de strafbaarstelling van het verheerlijken van terrorisme en het in het openbaar betuigen van steun aan terroristische organisaties (strafbaarstelling verheerlijken van terrorisme en openbare steunbetuiging aan terroristische organisaties). De veranderende handelswijze van terroristische organisaties, de toenemende mogelijkheden van online en de toename van verheerlijking in het openbaar (bijvoorbeeld bij demonstraties) waren reden voor het tegen het licht houden van het huidig wettelijk instrumentarium. De voorgestelde strafmaat bij de zwaarste vormen betreft een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de derde categorie. Daarnaast verwijs ik naar mijn eerdere antwoorden op vragen 3 en 4 over het aan de bevoegde autoriteiten voorbehouden strafrechtelijke optreden, en bij vragen 5 en 7 over eventuele nationaliteits- en vreemdelingrechtelijke consequenties die kunnen volgen op begane strafbare feiten.
10

Vraag

Bent u ook minister-president van de joodse Nederlanders? Zo ja, kunt u, mede gelet op het gestelde in de vragen 3 en 4 en het urgente karakter hiervan, deze vragen als minister-president binnen 48 uur beantwoorden?

Antwoord

De minister-president is er voor alle Nederlanders en dus ook voor Joodse Nederlanders. De beantwoording binnen 48 uur was niet mogelijk.