Vragen en antwoorden
20 vragen
1
Vraag
Wat is uw reactie op de uitspraken en oproep van de Israëlische minister van Nationale Veiligheid Ben-Gvir om iedere nacht 30 tot 40 mensen in Gaza te doden, ook wanneer zij geen onmiddellijke bedreiging vormen, en dat er mensen in Gaza zijn die 'het niet waard zijn te leven' en 'niet eens mensen' zijn?
Antwoord
De uitspraken van Ben-Gvir zijn verwerpelijk en onacceptabel. Ik heb dit ook duidelijk gemaakt aan de Israëlische minister voor Buitenlandse Zaken Gideon Sa'ar. Het kabinet verklaarde eerder minister Ben-Gvir tot persona non grata, vanwege zijn extremistische uitspraken. Nederland blijft daarnaast in Europees verband pleiten voor sancties tegen zowel minister Ben-Gvir als minister Smotrich. Hier blijft vooralsnog onvoldoende draagvlak voor.
2
Vraag
Deelt u de mening dat het oproepen tot het doden van mensen die geen militaire bedreiging vormen en het ontmenselijken van inwoners van Gaza in strijd zijn met het internationaal humanitair recht? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het humanitair oorlogsrecht vereist dat burgers worden ontzien en beschermd. Zij verliezen hun bescherming onder het oorlogsrecht alleen wanneer zij direct deelnemen aan vijandelijkheden. Gerichte aanvallen op burgers zijn zonder meer in strijd met het humanitair oorlogsrecht. Oproepen daartoe zijn altijd verwerpelijk.
3
Vraag
Hoe beoordeelt u deze uitspraken in relatie tot het genocideverdrag en de verplichting van Nederland om alles te doen wat redelijkerwijs kan om genocide te voorkomen?
Antwoord
Op Nederland als derde staat rust een inspanningsverplichting om genocide te voorkomen. De reikwijdte van deze verplichtingen hangt af van de mogelijkheden om invloed uit te oefenen. Het kabinet weegt continu af op welke wijze het beste invloed kan worden uitgeoefend en blijft dienaangaande handelen in overeenstemming met de verplichtingen voor Nederland als derde staat. Het is aan het Internationaal Gerechtshof om deze uitspraak te wegen in de context van de zaak die Zuid-Afrika op grond van het Genocideverdrag tegen Israël heeft aangespannen.
4
Vraag
Welke consequenties verbindt u aan deze nieuwe uitspraken van minister Ben-Gvir?
Antwoord
Nederland blijft voorstander van EU-sancties tegen deze minister en blijft hiervoor pleiten. Tegelijkertijd stel ik vast dat er vooralsnog in het Europese krachtenveld onvoldoende beweging zit om te verwachten dat hierover op korte termijn overeenstemming wordt bereikt.
5
Vraag
Bent u bereid deze uitspraken en oproep te veroordelen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Ja, de uitspraken van minister Ben-Gvir zijn verwerpelijk en onacceptabel.
6
Vraag
Vindt u dat de uitspraken van deze minister, die onderdeel is van de Israëlische regering, gevolgen moeten hebben voor de manier waarop Nederland politieke contacten met die regering onderhoudt? Zo ja, op welke manier? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het kabinet heeft zijn afkeuring over de uitspraken van minister Ben-Gvir meermaals onderstreept in contacten met de Israëlische autoriteiten. Ook is bij de Israëlische autoriteiten bekend dat Nederland voorstander is van sancties tegen ministers Ben-Gvir en Smotrich en hen ook persona non grata heeft verklaard. De relatie met Israel is gebaseerd op druk en dialoog. Het kabinet hecht daarom waarde aan het openhouden van de kanalen met Israëlische autoriteiten.
7
Vraag
Heeft Nederland de Israëlische regering gevraagd afstand te nemen van deze oproep? Zo nee, waarom niet? Vindt u dat, gezien het principe eenheid van kabinetsbeleid, de Israëlische regering afstand zou moeten nemen van deze uitspraken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 1.
Zie antwoord op vraag 1
8
Vraag
Welke stappen heeft Nederland naar aanleiding van deze uitspraken richting de Israëlische regering gezet?
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 1.
Zie antwoord op vraag 1
9
Vraag
Wat is uw reactie op de uitspraken van Ben-Gvir waarin hij pleit voor Israëlische nederzettingen in heel Gaza en voor massale deportatie van Palestijnen?
Antwoord
De uitvoering van deze plannen zou een duidelijke schending van het internationaal recht zijn en zou een toekomstige Palestijnse staat vrijwel onmogelijk maken. Het kabinet vindt deze uitspraken verwerpelijk.
10
Vraag
Deelt u de zorgen van experts en mensenrechtenorganisaties dat gedwongen of grootschalige verplaatsing van Palestijnen uit Gaza etnische zuivering betekent? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Etnische zuivering als zodanig heeft geen eenduidige juridische definitie. Gedwongen verplaatsing is op zichzelf echter een schending van het toepasselijke humanitair oorlogsrecht.
11
Vraag
Bent u bereid om de Israëlische regering formeel duidelijk te maken dat voor Nederland iedere vorm van gedwongen deportatie of permanente verdrijving van Palestijnen uit Gaza onaanvaardbaar is?
Antwoord
Ja. De Nederlandse positie is bekend bij de Israëlische autoriteiten.
12
Vraag
Bent u naar aanleiding van deze meest recente uitspraken bereid opnieuw actief onder EU-lidstaten steun te organiseren voor gerichte Europese sancties tegen Ben-Gvir?
Antwoord
Zie antwoord op vraag 1. Nederland blijft voorstander van en pleiten voor Europese sancties tegen Ben Gvir. Tegelijkertijd stel ik vast dat er vooralsnog in het Europese krachtenveld onvoldoende beweging zit om te verwachten dat hierover op korte termijn overeenstemming wordt bereikt.
13
Vraag
Welke aanvullende nationale maatregelen tegen Ben-Gvir kan Nederland nemen naast de reeds geldende verklaring tot persona non grata? Bent u bereid die maatregelen te onderzoeken?
Antwoord
Het kabinet heeft minister Ben-Gvir reeds een inreisverbod opgelegd en gesignaleerd in het Schengen Informatie Systeem (SIS). Het kabinet blijft zich tevens inzetten voor Europese sancties, waarmee ook eventuele tegoeden zouden worden bevroren. Het kabinet overweegt op dit moment geen additionele nationale maatregelen.
14
Vraag
Deelt u de mening dat, gezien deze uitspraken en het handelen van de Israëlische regering tegen de Palestijnen, niet te garanderen is dat voortzetting van politieke, economische en militaire samenwerking met Israël niet bijdraagt aan of ondersteuning biedt voor handelingen die in strijd zijn met het internationaal recht? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord
Het kabinet deelt deze mening niet. Samenwerking met Israel kan plaatsvinden binnen de kaders van het internationaal recht. Zie daarnaast ook o.a. het antwoord onder vraag 3 en 15.
15
Vraag
Bent u bereid om naar aanleiding van deze nieuwe uitspraken opnieuw te beoordelen of Nederlandse militaire goederen, technologie of andere militaire ondersteuning kunnen bijdragen aan schendingen van het internationaal humanitair recht? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het kabinet toetst alle individuele vergunningaanvragen per geval zorgvuldig aan de Europese wapenexportcriteria. Exportvergunningen worden afgewezen als er een duidelijk risico bestaat op ernstige mensenrechtenschendingen. Zo verleent Nederland in de praktijk geen vergunningen voor de uitvoer van militaire goederen die kunnen bijdragen aan activiteiten van de IDF in de Gazastrook of op de Westelijke Jordaanoever.
16
Vraag
Bent u bereid zich naar aanleiding van deze nieuwe uitspraken of andere recente ontwikkelingen binnen de Europese Unie in te zetten voor een algeheel wapenembargo tegen Israël? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het kabinet is van mening dat het staande wapenexportbeleid volstaat om ongewenste transacties te voorkomen. Het kabinet hecht waarde aan het recht op zelfverdediging van Israël. Binnen de bestaande kaders is er wel ruimte om vergunningen toe te wijzen voor de uitvoer van militaire goederen die enkel defensief kunnen worden ingezet, bv. onderdelen voor het Iron Dome luchtafweersysteem. Een EU-wapenembargo zou ook effect hebben op de levering van deze goederen.
17
Vraag
Heeft het kabinet deze uitspraken onder de aandacht gebracht van het Internationaal Strafhof en andere bevoegde instanties die onderzoek doen naar mogelijke schendingen van het internationaal recht in het bezette Palestijnse gebied? Zo nee, waarom niet en bent u bereid om dit alsnog te doen?
Antwoord
De onderzoeken die het Internationaal Strafhof uitvoert, vormen een essentieel onderdeel van de strijd tegen straffeloosheid voor internationale misdrijven. Nederland respecteert de onafhankelijkheid van het Internationaal Strafhof en mengt zich derhalve niet in het onderzoeks- en vervolgingsbeleid van het Hof.
18
Vraag
Wat is uw reactie op het uitzetten door de Israëlische regering van Nederlandse vertegenwoordigers bij het internationaal steuncentrum voor Gaza?
Antwoord
Nederland betreurt deze stap van Israël. Ik heb dit ook mijn Israëlische collega minister Sa'ar laten weten. Nederland is betrokken geweest bij het internationaal steuncentrum voor Gaza (IGSC), een orgaan voor de coördinatie van de hulp aan Gaza, juist ook om samen met Israël en andere landen de gemaakte afspraken over hulpverlening uit het vredesplan van president Trump verder te brengen en te implementeren.
19
Vraag
Bent u bereid het uitzetten door de Israëlische regering van Nederlandse vertegenwoordigers bij het internationaal steuncentrum voor Gaza te veroordelen? Zo niet, waarom niet?
Antwoord
Zie antwoord op vraag 18.
Zie antwoord op vraag 18
20
Vraag
Bent u bereid om conform motie Dobbe c.s. van 16 april 2026 (Kamerstuk 21501-02, nr. 3371) in EU-verband actief te pleiten voor toepassing van het blocking statute als bescherming tegen de sancties tegen het ICC[2]? Zo niet, waarom niet, en wat moet er nog gebeuren voordat u wel bereid bent om dat te doen?
Antwoord
Zie het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 12 oktober 2026.

