Terug
Ingediend Schriftelijke vragen 2026Z19367 Te laat

De invloed van NGO’s en achterkamertjespolitiek bij de totstandkoming van het Sanctiebesluit Israël

Gericht aan

Tom Berendsenminister van Buitenlandse ZakenRob Jettenminister-president
Ingediend · 21 september 202626 dagen

Gestelde vragen

14 vragen

Origineel
Nog niet beantwoord
1

Vraag

Is het juist dat op 7 april 2025 en 19 augustus 2025 gerichte overleggen hebben plaatsgevonden tussen vertegenwoordigers van het kabinet, onder wie de toenmalige minister-president Schoof en minister Veldkamp, en een coalitie van activistische NGO's, waaronder Oxfam Novib, PAX en Amnesty International, over de situatie in Israël en de Palestijnse gebieden?
2

Vraag

Is het juist dat deze NGO's tijdens deze overleggen en in een daaropvolgende brief van 4 juni 2025 bij het kabinet hebben aangedrongen op het trekken van een zogenoemde rode lijn en op het instellen van eenzijdige nationale economische sancties en handelsverboden tegen Israël?
3

Vraag

Hoe verklaart u dat de formele aankondiging van dit Sanctiebesluit op 10 september 2025 volgde op deze aanhoudende lobbygesprekken? Kunt u uitsluiten dat het kabinet met deze aankondiging feitelijk tegemoetkwam aan de eisen van deze niet-gekozen actiegroepen? Zo ja, op grond van welke feiten kunt u dit uitsluiten?
4

Vraag

Klopt het dat minister-president Jetten, blijkens zijn openbare agenda, op 21 mei 2026 de directies van deze NGO's in Den Haag heeft ontvangen? Waarom kregen juist deze organisaties vlak voor de afronding van de wetgeving opnieuw exclusieve toegang tot het Torentje? Welke andere maatschappelijke organisaties, ondernemersverenigingen, importeurs en vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap zijn in deze periode door de minister-president ontvangen?
5

Vraag

Bent u bekend met de publicatie van Amnesty International van 21 mei 2026 met de titel "NGO's horen geen enkele nieuwe maatregel richting Israël van kabinet-Jetten"? Klopt het dat uit deze publicatie blijkt dat de betrokken organisaties het kabinet een ultimatum van dertig dagen hebben gesteld om in te grijpen? Hoe heeft het kabinet op dit ultimatum gereageerd?
6

Vraag

Hoe verklaart u dat de Staat binnen dit ultimatum, namelijk op 5 juni 2026, het ontwerp-Sanctiebesluit via een spoedprocedure bij de Europese Commissie heeft aangemeld door middel van een TRIS-notificatie en tevens aan de Raad van State heeft voorgelegd? Is het kabinet door Oxfam Novib, Amnesty International of andere NGO's onder druk gezet om deze stappen binnen de door hen gestelde termijn te zetten? Zo nee, waardoor is deze samenloop in tijd dan te verklaren?
7

Vraag

Waarom heeft het kabinet de verplichte openbare internetconsultatie over dit Sanctiebesluit overgeslagen met een beroep op "onverwijlde spoed"? Hoe valt deze gestelde spoed te rijmen met het feit dat het kabinet vanaf april 2025 tot en met mei 2026 ruim een jaar de tijd heeft genomen om met activistische NGO's over hun wensen en voorstellen te overleggen?
8

Vraag

Deelt u de opvatting dat het gebruik van de spoedprocedure ertoe heeft geleid dat rechtstreeks geraakte Nederlandse ondernemers, importeurs, detailhandelaren en leden en organisaties van de Joodse gemeenschap niet in de gelegenheid zijn gesteld hun formele bezwaren tegen dit strafrechtelijk te handhaven handelsverbod naar voren te brengen? Zo ja, acht u dat zorgvuldig en gerechtvaardigd? Zo nee, waarom niet?
9

Vraag

Waarom wordt in de Nota van Toelichting bij het Sanctiebesluit gesteld dat de maatregel een urgente en noodzakelijke uitvoering vormt van de advisory opinion van het Internationaal Gerechtshof van 19 juli 2024, terwijl het kabinet daarna veertien maanden heeft gewacht met de aankondiging van wetgeving? Hoe verklaart u dat de wetgeving pas werd aangekondigd nadat in 2025 de genoemde lobbygesprekken met NGO's hadden plaatsgevonden?
10

Vraag

Kunt u exact aangeven in welke overweging van de advisory opinion van het Internationaal Gerechtshof van 19 juli 2024 Nederland juridisch bindend wordt opgedragen een nationaal invoer-, aankoop- en verkoopverbod in te stellen, dit verbod strafrechtelijk te handhaven en overtredingen door detailhandelaren strafbaar te stellen? Kunt u daarbij de relevante passage letterlijk citeren en het bijbehorende paragraaf- of paginanummer vermelden? Indien een dergelijke juridisch bindende opdracht niet in het advies staat, waarom wekt het kabinet in de Nota van Toelichting dan de indruk dat Nederland tot deze specifieke maatregelen verplicht is?
11

Vraag

Waarom bevat de Nota van Toelichting geen afzonderlijke lobbyparagraaf waarin inzichtelijk wordt gemaakt welke NGO's bij de voorbereiding van het Sanctiebesluit zijn betrokken, welke voorstellen zij hebben gedaan en in hoeverre deze voorstellen door het kabinet zijn overgenomen? Bent u bereid deze informatie alsnog volledig openbaar te maken?
12

Vraag

Bent u bereid alle agenda's, deelnemerslijsten, gespreksverslagen, ambtelijke notities, interne beslisnota's, correspondentie en door NGO's overhandigde position papers met betrekking tot de gesprekken van 7 april 2025, 19 augustus 2025 en 21 mei 2026 integraal en ongecensureerd aan de Kamer te verstrekken? Zo nee, welke documenten of passages wilt u niet verstrekken en op welke wettelijke of staatsrechtelijke grond baseert u iedere afzonderlijke weigering?
13

Vraag

Erkent u dat persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren niet zonder nadere motivering kunnen worden gelijkgesteld aan de weigeringsgrond "het belang van de staat" als bedoeld in artikel 68 van de Grondwet? Bent u bereid om, indien u documenten of passages niet aan de Kamer verstrekt, per document en per weggelakte passage specifiek, controleerbaar en dragend te motiveren waarom verstrekking volgens u in strijd is met het belang van de staat?
14

Vraag

Bent u bereid iedere vraag afzonderlijk en gedetailleerd en zonder samenvoeging te beantwoorden en de volledige beantwoording binnen de daarvoor geldende termijn aan de Kamer te doen toekomen?