Terug
Beantwoord Schriftelijke vragen 2026Z16564

Politieke druk op de Holocaustherdenking bij Loods 24, de rol van burgemeester Schouten en de onafhankelijkheid van Joodse herdenkingen

Beantwoord door

Mirjam Sterkminister van Langdurige Zorg, Jeugd en SportPieter Heermaminister van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesDavid van Weelminister van Justitie en VeiligheidRianne Letschertminister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Ingediend · 29 juli 2026Beantwoord · 14 september 202647 dagen

Vragen en antwoorden

9 vragen

Origineel
1

Vraag

Bent u bekend met het bericht 'Holocaustoverlevende en kranslegger Deborah (84) woedend om discussie rond herdenking Rotterdam: "Het is een schande, het is pure Jodenhaat"' in De Telegraaf en met het blog 'The ambassador at Loods 24' van dr. Eliyahu V. Sapir, waarin wordt ingegaan op de politieke druk rond de Holocaustherdenking bij Loods 24, de rol van burgemeester Schouten van Rotterdam en de positie van de organiserende Joodse instellingen?[1][2]

Antwoord

Ja.
2

Vraag

Bent u van oordeel dat de aanwezigheid van de door de organisatoren uitgenodigde Israëlische ambassadeur op zichzelf afbreuk kan doen aan de waardigheid van deze Holocaustherdenking? Zo ja, op welke gronden? Zo nee, neemt het kabinet dan afstand van het door burgemeester Schouten gelegde verband tussen de aanwezigheid van de ambassadeur en de waardigheid van de herdenking?

Antwoord

Inmiddels heeft de herdenking plaatsgevonden. Hierbij waren de Israëlische ambassadeur en de burgemeester aanwezig. De burgemeester heeft haar zienswijze hierover kenbaar gemaakt. Een beoordeling van het handelen van de burgemeester is niet aan mij, zij legt hiervoor verantwoording af aan de gemeenteraad. Burgemeesters opereren in een veranderende en ingewikkelde maatschappelijke context. De burgemeester heeft hierbij beste zicht op de situatie ter plaatse.
3

Vraag

Deelt u de opvatting dat een burgemeester in het kader van diens verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid overleg mag voeren met betrokken partijen, maar dat dit overleg er niet toe mag leiden dat politieke partijen, actiegroepen of andere derden invloed verkrijgen op het programma of de gastenlijst van een Holocaustherdenking die zij niet organiseren, behoudens concrete juridische of veiligheidsgronden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Het is aan de burgemeester besluiten te nemen in het kader van de handhaving van de openbare orde. De burgemeester bepaalt bij wie – in het kader van een juiste besluitvorming – informatie wordt ingewonnen en hoe deze wordt gewogen.
4

Vraag

Deelt u de opvatting dat de organisatie van een Holocaustherdenking, waaronder de keuze van sprekers en genodigden, behoudens concrete juridische of veiligheidsgronden, behoort te worden bepaald door de organiserende stichting en de betrokken Joodse instellingen en niet door een overheid mag worden aangepast als reactie op politieke druk? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

De stichting gaat inderdaad zelf over de organisatie van een herdenking. Een beoordeling van de uitlatingen van de burgemeester in het kader hiervan is niet aan mij. De burgemeester legt alleen verantwoording af aan de gemeenteraad, zoals verwoord in artikel 180 van de Gemeentewet.
5

Vraag

Erkent u het risico dat de reactie van de burgemeester de indruk wekt dat politieke druk een effectief en legitiem middel is om invloed uit te oefenen op het programma of de gastenlijst van een Joodse herdenking? Zo ja, welke maatregelen is het kabinet bereid te nemen om duidelijk te maken dat dergelijke druk geen aanspraak kan maken op medezeggenschap over de organisatie van Joodse herdenkingen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

De burgemeester gaat zelf over haar uitlatingen. Het is daarnaast aan de burgemeester besluiten te nemen in het kader van herdenkingen. Over haar handelen legt zij verantwoording af aan de gemeenteraad, dat is niet aan mij om te beoordelen. Daarnaast is het van het grootste belang dat het gesprek hierover eerst en vooral op gemeentelijk niveau moet worden gevoerd. Juist ook omdat dat debat dan kan plaatsvinden op basis van alle relevante – ter plaatse veel beter bekende – feiten en omstandigheden.
6

Vraag

Bent u bereid ondubbelzinnig uit te spreken dat de aanwezigheid van de door de organisatoren uitgenodigde Israëlische ambassadeur op zichzelf geen afbreuk doet aan de waardigheid van een Holocaustherdenking en dat politieke bezwaren tegen het beleid van de Israëlische regering geen grond vormen om druk uit te oefenen op de organisatoren teneinde de gastenlijst of het programma van een Holocaustherdenking aan te passen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Zie mijn antwoord op vraag 2.

Zie antwoord op vraag 2

7

Vraag

Deelt u de opvatting dat kritiek op het beleid van de Israëlische regering legitiem kan zijn, maar dient te worden gericht tot de daarvoor verantwoordelijke politieke actoren en niet mag worden afgewenteld op Joodse instellingen of als voorwaarde mag worden gesteld voor de wijze waarop die instellingen Holocaustslachtoffers herdenken? Hoe verhoudt deze casus zich tot het door het kabinet onderschreven uitgangspunt dat Joden niet individueel of collectief verantwoordelijk mogen worden gehouden voor het handelen van de Staat Israël?

Antwoord

Het uitgangspunt dat Joodse individuen en gemeenschappen in Nederland niet verantwoordelijk mogen worden gehouden voor het beleid van de regering van de staat Israël geldt onverkort. Het staat burgers in een democratie vrij om kritiek te hebben op beleid van welke regering dan ook. Dit rechtvaardigt echter niet dat individuele personen of gemeenschappen verantwoordelijk worden gehouden voor beleid van een regering waarmee zij slechts worden geassocieerd. Dit is ongepast.
8

Vraag

Bent u ermee bekend dat een Israëlische ambassadeur reeds in 2018 heeft gesproken tijdens de herdenking bij Loods 24, dat de Israëlische ambassadeur ook in 2025 tot de sprekers behoorde en dat de organisatoren hebben verklaard dat al jarenlang een Israëlische ambassadeur of een andere officiële vertegenwoordiger van de staat Israël aan de herdenking deelneemt? Deelt u de opvatting dat de aanwezigheid van een Israëlische vertegenwoordiger daarmee een bestendig onderdeel vormt van de door de organisatoren gekozen opzet van de herdenking en geen nieuw politiek element is dat in 2026 aan de herdenking is toegevoegd?

Antwoord

Daar ben ik mee bekend. De organisatie van de herdenking is aan de organisatoren. De burgemeester kan op grond van de Wet openbare manifestaties (Wom) hier kaders aan stellen.
9

Vraag

Bent u bereid de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding met spoed te verzoeken een beoordeling te geven van de politieke druk die op de organisatoren van de Holocaustherdenking bij Loods 24 is uitgeoefend, de reactie van burgemeester Schouten daarop en de mogelijke gevolgen daarvan voor de autonomie en veiligheid van Joodse herdenkingen in Nederland, en de Kamer over die beoordeling te informeren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

De Nationaal Coördinator Antisemitisme Bestrijding heeft een coördinerende en adviserende rol. Hij brengt de aard en omvang van antisemitisme in Nederland in kaart, en adviseert het Kabinet, de ministeries en lokale overheden over de bestrijding ervan, op basis van patronen en trends. De strekking van uw verzoek valt hier niet onder.

Bronnen

Voetnoten · 2