Vragen en antwoorden
20 vragen
1
Vraag
Heeft u het NRC-artikel 'Israël bouwt een aarden wal en omsluit en controleert hiermee de bevolking van Gaza. Dat is in strijd met het internationaal recht'' van 6 augustus 2026 en de eerdere berichtgeving van Associated Press, waarin op basis van satellietbeelden wordt beschreven dat Israël langs de zogenoemde Gele Lijn een meer dan 23 kilometer lange aarden wal aanlegt gelezen?
Antwoord
Ja.
2
Vraag
Heeft u gezien dat de Israëlische premier Netanyahu heeft aangegeven "nooit een Palestijnse staat te accepteren in Gaza of de Westelijke Jordaanoever zolang hij premier is" en "niet van plan is het Israëlische Defensieleger terug te trekken uit Gaza totdat Hamas volledig ontwapend is"? Wat vindt u van deze uitspraken?
Antwoord
Ik heb hier kennis van genomen. Het kabinet zet zich in voor een tweestatenoplossing: een onafhankelijke, democratische en levensvatbare Palestijnse staat naast een veilig Israël. De betreffende uitspraak van de Israëlische premier nooit een Palestijnse staat te accepteren gaat daar tegen in en is dan ook zorgwekkend. Het kabinet is van mening dat de noodzakelijke stappen moeten worden gezet ter uitvoering van het vredesplan van president Trump. Over de voorwaarden, inclusief tijdslijn, van de terugtrekking van het Israëlische leger (IDF), zullen betrokken partijen onderling tot een overeenkomst moeten komen, zoals uiteengezet in artikel 16 van het vredesplan dat werd bekrachtigd via VNVR-resolutie 2803.
3
Vraag
Kunt u bevestigen dat deze aarden wal zich inmiddels over tientallen kilometers uitstrekt, Gaza verder opdeelt en de bewegingsvrijheid van de Palestijnse bevolking nog verder beperkt? Wordt dit door de Nederlandse regering gemonitord? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Er zijn geen Nederlandse vertegenwoordigers in de gelegenheid geweest dit ter plaatse te bevestigen, zij hebben momenteel geen toegang tot Gaza.
4
Vraag
Bent u bereid bij uw Israëlische collega en de Israëlische ambassadeur onmiddellijk duidelijk te maken dat deze aarden wal meteen weer moet worden afgebroken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het kabinet volgt de ontwikkelingen in Gaza nauwgezet. Voor de toekomst van Gaza is het noodzakelijk dat resolutie 2803 van de VN-Veiligheidsraad en daarmee het vredesplan van president Trump worden geïmplementeerd. Deze boodschap brengt het kabinet regulier over in diplomatieke contacten met Israël.
5
Vraag
Kunt u bevestigen dat de Gele Lijn in oktober 2025 in eerste instantie werd gepresenteerd als een tijdelijke militaire terugtrekkingslijn, in afwachting van verdere Israëlische terugtrekking uit Gaza? Wat vindt u ervan dat Israël helemaal niet van plan is zich terug te trekken?
Antwoord
Het kabinet is van mening dat de noodzakelijke stappen moeten worden gezet ter uitvoering van dit vredesplan. Over de voorwaarden, inclusief tijdslijn, van de terugtrekking van het Israëlische leger (IDF), zullen betrokken partijen onderling tot een overeenkomst moeten komen, zoals uiteengezet in artikel 16 van het vredesplan dat werd bekrachtigd via VNVR-resolutie 2803. In artikel 16 is opgenomen dat Israël Gaza niet zal bezetten of annexeren.
6
Vraag
Hoe beoordeelt u de aanleg van een grootschalige fysieke barrière en bijbehorende militaire infrastructuur langs deze tijdelijke lijn? Vindt u dergelijke (semi-)permanente infrastructuur in bezet gebied verenigbaar met het tijdelijke karakter van een bezetting en met andere relevante regels van internationaal recht? Zo ja, op welke juridische gronden? Zo nee, welke rechtsregels worden volgens u geschonden?
Antwoord
In beginsel geeft het humanitair oorlogsrecht ruimte om op basis van overwegingen van militaire noodzaak militaire installaties, zoals een aarden wal, te bouwen. Dat moet echter worden bezien in samenhang met andere regels van het internationaal recht, zoals het verbod op het vernietigen van goederen als daar geen militaire noodzaak voor is. Tevens zijn er verplichtingen onder het bezettingsrecht ter bescherming van de burgerbevolking waaronder het verbod op gedwongen verplaatsing, zoals ook toegelicht in het advies van het Internationaal Gerechtshof (IGH) van 19 juli 2024, het verbod op annexatie en de door het IGH vastgestelde plicht van Israël om de onrechtmatige aanwezigheid in de bezette Palestijnse Gebieden zo spoedig mogelijk te beëindigen.
7
Vraag
Heeft Israël tegenover Nederland of de Europese Unie toegelicht of deze barrière en bijbehorende infrastructuur tijdelijk dan wel permanent bedoeld is? Zo nee, bent u bereid expliciet aan Israël opheldering hierover te vragen en de Kamer daarover te informeren? Hoe verhoudt de aanleg van deze fysieke barrière zich volgens u tot het advies van het Internationaal Gerechtshof van 19 juli 2024, waarin werd vastgesteld dat Israëls onrechtmatige aanwezigheid in het bezette Palestijnse gebied zo spoedig mogelijk moet worden beëindigd?
Antwoord
De overwegingen rond de bouw van de wal zijn niet toegelicht door Israël. Wel heeft de IDF aan de media bevestigd dat er een barrière in het gebied van de Gele Lijn wordt gebouwd. Zoals toegelicht in het antwoord op vraag 6 moet de bouw van een aarden wal worden bezien in samenhang met andere regels van het internationaal recht. Nederland brengt regelmatig in gesprekken met Israël de onrechtmatigheid van de bezetting van de Palestijnse Gebieden op. Daarbij geeft het kabinet zich rekenschap van het feit dat over de voorwaarden, inclusief tijdslijn, van de terugtrekking van Israël uit Gaza politieke afspraken zijn gemaakt in het vredesplan van president Trump. Dergelijke politieke afspraken doen echter geen afbreuk aan de Israëlische verplichtingen onder internationaal recht.
8
Vraag
Vindt u de juridische beoordeling van het Internationaal Gerechtshof in zijn Advisory Opinion van 9 juli 2004 over de Muur op de Westelijke Jordaanoever leidend voor de Nederlandse en Europese beoordeling van deze nieuwe fysieke barrière in Gaza? Zo ja, op welke punten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Zoals vermeld in het antwoord op vraag 3 heeft het kabinet onvoldoende informatie over deze mogelijke barrière en kan daarom geen vergelijking maken tussen deze twee zaken. Nederland en andere staten beschouwden de aanleg van de muur op de Westelijke Jordaanoever als onrechtmatig en Israëlische soevereiniteit over de Palestijnse Gebieden is nimmer erkend.
9
Vraag
Deelt u de opvatting dat in het advies van 2004 niet alleen de fysieke constructie zelf centraal stond, maar vooral de gevolgen daarvan voor onder meer zelfbestuur (territoriale integriteit), bewegingsvrijheid, toegang tot land en de uitoefening van het Palestijnse recht op zelfbeschikking? Welke betekenis heeft dat volgens u als u het advies van toen toepast op de huidige situatie in Gaza?
Antwoord
Ik deel die opvatting. Zie daarnaast beantwoording op vraag 3 en 6.
10
Vraag
Welke concrete gevolgen verbindt het kabinet aan de aanleg van deze barrière en infrastructuur voor de uitvoering van de verplichtingen van Nederland zoals geformuleerd door het Internationaal Gerechtshof op 19 juli 2024?
Antwoord
Derde staten, zoals Nederland, zijn verplicht om de situatie die voortvloeit uit de onrechtmatige aanwezigheid van Israël in de bezette Palestijnse Gebieden niet als rechtmatig te erkennen. Ook mogen zij geen hulp of bijstand verlenen aan het in stand houden van de situatie die is ontstaan door de onrechtmatige aanwezigheid van Israël in de bezette Palestijnse Gebieden. VN-lidstaten zijn bovendien verplicht om veranderingen in het fysieke karakter, de demografische samenstelling, de institutionele structuur of de status van het door Israël bezette gebied niet te erkennen, tenzij overeengekomen door de partijen door middel van onderhandelingen. Het kabinet erkent in navolging van het IGH-advies dat de Israëlische bezetting van de Palestijnse Gebieden onrechtmatig is. Het kabinet schaart zich eveneens achter de oproep de bezetting zo spoedig mogelijk te beëindigen, met inachtneming van de legitieme veiligheidsbelangen van Israël. Het kabinet zal zich blijven uitspreken tegen de Israëlische bezetting van de Palestijnse Gebieden. Daarbij geeft het kabinet zich rekenschap van het feit dat over de voorwaarden, inclusief tijdslijn, van de terugtrekking van Israël uit Gaza politieke afspraken zijn gemaakt in het vredesplan van president Trump. Deze positie draagt Nederland uit in relevante internationale fora en in bilateraal verband.
11
Vraag
Deelt u de enorme zorg dat deze barrière en de bijbehorende militaire zones kunnen bijdragen aan feitelijke annexatie, gedwongen verplaatsing, territoriale fragmentatie, genocide en langdurige opsluiting van de Palestijnse bevolking in een steeds kleiner deel van Gaza? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het kabinet blijft benadrukken dat Israël zo spoedig mogelijk de bezetting van de Palestijnse Gebieden moet beëindigen, in lijn met het advies van het Internationaal Gerechtshof van 19 juli 2024. Als gesteld, is het voor de toekomst van Gaza noodzakelijk het vredesplan van president Trump, als bekrachtigd in VNVR-resolutie 2803, zo snel mogelijk te implementeren.
12
Vraag
Welke gevolgen verwacht het kabinet voor de bewegingsvrijheid van Palestijnen, de toegang tot landbouwgrond, de terugkeer naar woonplaatsen, humanitaire hulp en de wederopbouw van Gaza? Klopt het dat Israël inmiddels circa zestig procent van de Gazastrook onder militaire controle heeft en deze controle verder uitbreidt? Welke gegevens en bronnen hanteert het kabinet zelf?
Antwoord
Er zijn geen Nederlandse vertegenwoordigers in de gelegenheid geweest de situatie in Gaza te beoordelen, zij hebben momenteel geen toegang tot Gaza. Uit verschillende bronnen, zoals de Verenigde Naties, humanitaire organisaties en het Israëlische kabinet, blijkt dat Israël inmiddels ruim zestig procent van Gaza onder militaire controle heeft. Daarnaast heeft Netanyahu in mei jl. de opdracht gegeven om zeventig procent van Gaza te bezetten. Het is van belang dat zo snel mogelijk stappen worden gezet om het vredesplan van president Trump te implementeren.
13
Vraag
Bent u bereid de Israëlische ambassadeur te ontbieden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
In bilaterale contacten wordt de onrechtmatige bezetting van de Palestijnse Gebieden door Israël, de humanitaire situatie in Gaza en de noodzaak dat alle partijen zich houden aan het vredesplan regelmatig opgebracht.
14
Vraag
Is Nederland bereid extra nationale sancties te nemen om te voorkomen dat Israël deze vorm van territoriale controle, gebiedsverwerving en fragmentatie van Gaza voortzet? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het kabinet geeft de voorkeur aan inzet in Europees verband en is nu niet voornemens aanvullende nationale sancties te treffen.
15
Vraag
Bent u bereid meer geld vrij te maken voor steun aan de Palestijnse bevolking? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het kabinet ondersteunt de Palestijnse bevolking onder andere door de ontwikkelingssamenwerking met de Palestijnse Autoriteit, de VN en maatschappelijke organisaties op het gebied van water, private sector-, en rechtsstaatontwikkeling en mensenrechten. Het kabinet beziet continue hoe het op de meest effectieve manier kan bijdragen aan het verbeteren van de situatie voor de Palestijnse bevolking. Zo heeft Nederland in april dit jaar een bijdrage van 5 miljoen euro aangekondigd voor het VN-fonds voor herstel van de Palestijnse Gebieden, en in juli een bijdrage van 5 miljoen euro aan het PEGASE-instrument van de EU ten behoeve van steun voor de Palestijnse Autoriteit. Nederland draagt in 2026 bij aan de humanitaire respons via de ongeoormerkte bijdragen aan belangrijke humanitaire actoren als UNRWA, WFP en UNICEF. Daarnaast draagt Nederland 16 miljoen euro bij aan het landen specifieke humanitaire fonds van de VN.
16
Vraag
Welke concrete maatregelen neemt het kabinet om te voorkomen dat Nederlandse overheidsinstanties, bedrijven, financiële instellingen of andere Nederlandse actoren bijdragen aan de instandhouding van een mogelijk onrechtmatige territoriale situatie in Gaza?
Antwoord
Staten dienen zich te houden aan internationaal recht. Het kabinet benadrukt het belang van naleving van het internationaal recht en neemt hierin zijn verantwoordelijkheid. In het advies van het Internationaal Gerechtshof van 19 juli 2024 wordt geen uitspraak gedaan over de reikwijdte van de verantwoordelijkheid van derde staten voor de activiteiten van private partijen. Samenwerking van de Nederlandse overheidsinstanties vindt altijd plaats binnen de internationaal erkende grenzen van Israël van voor 1967. Dat wil zeggen dat op geen enkele manier samen wordt gewerkt in de door Israël bezette gebieden. Het Nederlandse ontmoedigingsbeleid beperkt zich daarbij tot illegale Israëlische nederzettingen in bezet gebied.
17
Vraag
Hoe verhoudt het huidige Nederlandse beleid zich tot de verplichtingen van derde staten zoals geformuleerd in de Advisory Opinions van het Internationaal Gerechtshof uit 2004 en 2024? Kunt u daarbij specifiek ingaan op de verplichtingen tot niet-erkenning, niet-bijstand en samenwerking om de onrechtmatige situatie te beëindigen? Kunt u uitsluiten dat Nederland, direct of indirect, erkenning, hulp of bijstand verleent aan een situatie waarin een aanzienlijk deel van Gaza blijvend onder Israëlische controle wordt gebracht? Hoe waarborgt het kabinet in dit verband de Nederlandse verplichtingen tot niet-erkenning en niet-bijstand?
Antwoord
Zie de beantwoording op vraag 10. Zoals aangegeven in de kabinetsreactie op het AIV advies van 9 december 2024, erkent het kabinet in navolging van het IGH-advies dat de Israëlische bezetting van de Palestijnse Gebieden onrechtmatig is. Dit is aanvullend op de reeds jarenlang bestaande kabinetspositie dat uitbreidingen van nederzettingen, vernielingen of uithuisplaatsingen in de bezette gebieden in strijd zijn met internationaal recht. Het kabinet schaart zich eveneens achter de oproep de bezetting zo spoedig mogelijk te beëindigen, met inachtneming van de legitieme veiligheidsbelangen van Israël. Deze positie draagt Nederland uit in relevante internationale fora en in bilateraal verband. Het kabinet zal zich hierover blijven uitspreken. Nederland geeft daarnaast via het actieve ontmoedigingsbeleid, nationale maatregelen die moeten voorkomen dat Nederlandse economische activiteiten bijdragen aan het bestendigen van een situatie die strijdig is met het internationaal recht, en zijn inzet in EU-verband voor handelsmaatregelen, invulling aan de juridische verplichtingen die voortvloeien uit het advies. In het geval van Gaza blijft het noodzakelijk dat er stappen worden gezet ten aanzien van het vredesplan van president Trump, waarbij de afspraken over het staakt-het-vuren volledig worden nageleefd. Het kabinet zet zich naar vermogen in om de situatie ter plaatse te verbeteren, bijvoorbeeld door het leveren van humanitaire hulp, en bij te dragen aan de uitvoering van het vredesplan.
18
Vraag
Bent u nu wel bereid om als Nederlandse regering, samen met talloze wetenschappers, humanitaire organisaties en de VN, expliciet uit te spreken dat Israël genocide pleegt op de Palestijnen in Gaza? Zo ja, wanneer en hoe maakt u dit kenbaar aan de Israëlische regering en kunt u hier de Kamer over informeren? Zo nee, waarom blijft u daar omheen draaien?
Antwoord
Nederland is in de regel terughoudend met het kwalificeren van situaties als genocide. Tegelijkertijd moet de terughoudendheid om zaken te kwalificeren als genocide zeker niet worden gezien als ontkenning van de ernst van de situatie in Gaza. In de Kamerbrief van 21 januari 2025 en van 18 juni 2025 is de Nederlandse visie over het kwalificeren van genocide in Gaza in meer detail uiteengezet.
19
Vraag
Bent u nu wel bereid om als Nederlandse regering om, in het actuele belang van de territoriale soevereiniteit van de Palestijnen, samen met al zo'n 150 landen wereldwijd (o.a. Frankrijk, Spanje, België, Noorwegen, Canada, Oekraïne, Ierland en Zweden), de Palestijnse staat te erkennen? Zo nee, waarom blijft u daar omheen draaien?
Antwoord
Erkenning van de Palestijnse staat moet voor het kabinet dienstbaar zijn aan het politieke proces, waarbij beide partijen onderhandelen over hoe te komen tot een veilig Israël en een levensvatbare Palestijnse staat.
20
Vraag
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
Antwoord
Ja.

