Motietekst
Volledige tekst
Nr. 2374 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID VAN DER STAAIJ C.S. TER
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer de regering verzocht heeft in VN-verband actief stelling te nemen tegen lidstaten in VN-organisaties die disproportioneel agenderen tegen Israël en, zoals de Nederlandse regering eerder gedaan heeft, onrechtvaardige resoluties af te wijzen (Kamerstuk 34 775, nr. 44);
overwegende dat in VN-organisaties, waaronder de VN-Mensenrechtenraad, initiatieven worden genomen voor sessies, resoluties en/of onderzoeken die qua aantal of inhoud niet of onvoldoende gebalanceerd zijn, maar disproportioneel gericht zijn tegen Israël;
verzoekt de regering, zich in dergelijke gevallen niet slechts van stemming te onthouden maar ook tegen eenzijdige anti-Israëlische initiatieven te stemmen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Van der Staaij
De Roon
Segers
kst-21501-02-2374
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2021
Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 21 501-02, nr. 2374

