Motietekst
Volledige tekst
Nr. 311 MOTIE VAN HET LID PETERS
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat tijdens de Gaza-oorlog door Israël vele Palestijnse bedrijfs- en privébezittingen van burgers zijn vernietigd;
overwegende, dat vaststelling van de juridische aansprakelijkheid voor compensatie voor de geleden Palestijnse schade nog lang op zich zal laten wachten en dat dit een herstart van de economie in Gaza belemmert;
overwegende, dat het Goldstone-rapport de aanbeveling doet om met de internationale gemeenschap een fonds op te richten om Palestijnen financieel te compenseren voor hun geleden schade tijdens de Gaza-oorlog;
verzoekt de regering in de Mensenrechtenraad en elders te pleiten voor het belang van spoedige schadeloosstelling en de oprichting van een dergelijk fonds,
en gaat over tot de orde van de dag.
Peters
KST135085
0910tkkst23432-311
ISSN 0921 - 7371
Sdu Uitgevers
’s-Gravenhage 2009
Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 23 432, nr. 311
