Motietekst
Volledige tekst
Nr. 30 MOTIE VAN HET LID ROUVOET C.S.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging, van mening, dat kennis van de Holocaust belangrijk is in de strijd tegen antisemitisme en een goede behandeling van de Holocaust op scholen daarom van groot belang is;
constaterende, dat uit onderzoek blijkt dat een op de vijf geschiedenisdocenten in de vier grote steden weleens heeft meegemaakt dat hij of zij de Holocaust niet of nauwelijks ter sprake kon brengen, omdat vooral islamitische leerlingen er moeite mee zouden hebben; van mening, dat leraren en scholen toegerust moeten zijn om, juist daar waar onaangepast gedrag van leerlingen tot problemen leidt, de Holocaust op een goede manier ter sprake te brengen en alle leerlingen te onderwijzen over dit belangrijke thema;
verzoekt de regering in gesprek te gaan met de lerarenopleidingen over de plaats van de Holocaust in het onderwijs en in de opleidingen, vanuit de ambitie dat elke leraar voldoende toegerust is om ook onder moeilijke omstandigheden de Holocaust te behandelen op een wijze die recht doet aan het onderwerp, en de Kamer over de uitkomsten te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Rouvoet
Van der Staaij
Dibi
Van Raak
kst-30950-30
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2011
Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 30 950, nr. 30
