Motietekst
Volledige tekst
Nr. 14 MOTIE VAN HET LID VAN KLAVEREN
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat 20% van de geschiedenisdocenten in de vier grote steden de Holocaust vrijwel niet ter sprake kan brengen omdat in bijna alle gevallen Turkse of Marokkaanse leerlingen de lessen verstoren;
constaterende dat de AIV in het jaarverslag van 2004 al stelde dat de oorzaak van het toegenomen antisemitisme onder jongeren te maken heeft met islamitische opvattingen van leerlingen;
constaterende dat in het AIV-rapport Van dawa tot jihad staat dat er een verband te leggen is tussen de groei van het antisemitisme en de opkomst van het moslimnationalisme;
overwegende dat uit het wetenschappelijke onderzoek Anti-Semitism Worldwide blijkt dat de meeste gewelddadige antisemitische acties in West-Europa gepleegd worden door individuen met een islamitische achtergrond;
verzoekt de regering, een specifiek onderzoek in te stellen naar het antisemitisme binnen de islamitische gemeenschap,
en gaat over tot de orde van de dag.
Van Klaveren
kst-32824-14
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2013
Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 32 824, nr. 14
