Motietekst
Volledige tekst
Nr. 386 MOTIE VAN HET LID VAN BAARLE
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering stelt dat binnen de strafrechtketen de IHRA-definitie van antisemitisme gebruikt kan worden voor het herkennen van discriminatie;
overwegende dat de IHRA-definitie politieke elementen bevat, zoals het als antisemitisme betitelen van het van de staat Israël verlangen van gedrag dat men niet van andere staten verlangt; van mening dat antisemitisme moet worden bestreden, waarbij antisemitisme niet gelijkstaat aan kritiek op de staat Israël;
verzoekt de regering de IHRA-definitie van antisemitisme geen uitgangspunt te laten zijn in beleid en in de strafrechtketen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Van Baarle
kst-30950-386
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2024
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 386

