Motietekst
Volledige tekst
Nr. 2259 MOTIE VAN HET LID BOSWIJK C.S.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat diverse landen de massadeportatie van Krim-Tataren in 1944 door de Sovjetunie hebben erkend als genocide;
constaterende dat sinds de illegale bezetting van de Krim in 2014 vele Krim-Tataren door Rusland zonder aanleiding gevangengezet of gemarteld zijn, of zijn verdwenen; van mening dat Rusland hiermee het beleid van genocide tegen de Krim-Tataren zeer waarschijnlijk een vervolg heeft gegeven;
spreekt uit de massadeportatie van Krim-Tataren in 1944 naar hedendaagse maatstaven te erkennen en te veroordelen als genocide;
verzoekt de regering bij EU-lidstaten na te gaan of en hoe gelijktijdig met deze landen overgegaan kan worden tot erkenning van de genocide in 1944 op de Krim-Tataren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Boswijk
Paternotte
Van der Burg
Dassen
Ceder
Klaver
Teunissen
Dobbe
Eerdmans
kst-21501-20-2259
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2025
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 2259




