Motietekst
Volledige tekst
Nr. 2322 MOTIE VAN HET LID CEDER C.S.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er al meerdere malen breed gesteunde moties zijn aangenomen die de regering verzoeken de Armeense genocide dan wel de Sayfo te erkennen;
constaterende dat uit de recente redenatie van het kabinet volgt dat de erkenning van de Armeense genocide nooit zal volgen omdat het vasthoudt aan de juridische erkenning van genocide conform het internationaal recht, maar dat dit feitelijk niet kan gebeuren omdat het buiten de bevoegdheden van het Internationaal Strafhof valt omdat het Genocideverdrag (in 1948 opgesteld) geen retroactiviteit kent;
overwegende dat onder andere België, Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten de genocide moreel-historisch hebben erkend omdat een juridische erkenning internationaalrechtelijk onmogelijk is, maar het wel belangrijk is om aan de Armeense, Aramese en Pontisch-Griekse nazaten recht te doen;
overwegende dat Nederland ook de Holocaust al moreel-historisch en niet juridisch erkent;
verzoekt de regering de moties van de Kamer uit te voeren en de Armeense genocide dan wel Sayfo te erkennen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Ceder
Boswijk
Van der Plas
Paternotte
Van Hijum
Diederik van Dijk
Van Campen
Dassen
kst-21501-20-2322
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2025
Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 2322
1
Dobbe
Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 2322
2





