Motietekst
Volledige tekst
Nr. 62 MOTIE VAN HET LID VAN DER WERF C.S.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het onwenselijk is dat derde landen indirect kunnen bepalen of een onafhankelijke internationale rechterlijke instelling toegang heeft tot het internationale betalingsverkeer;
overwegende dat Nederland als gastland een bijzondere verantwoordelijkheid heeft voor de continuïteit van het functioneren van het Internationaal Strafhof; van mening dat Nederland hierin binnen de EU een voortrekkersrol moet vervullen, teneinde de Europese soevereiniteit ten opzichte van andere grootmachten te versterken;
verzoekt de regering in samenwerking met De Nederlandsche Bank en de Europese Centrale Bank te onderzoeken hoe de toegang tot het internationale betalingsverkeer kan worden gegarandeerd voor het Internationaal Strafhof en andere rechtspersonen die door extra sancties worden geraakt, bijvoorbeeld door deze betalingen via een publieke financiële instelling te laten verlopen, zodat zij ook onder externe sanctiedruk aan hun financiële verplichtingen kunnen blijven voldoen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Van der Werf
Van Lanschot
Dobbe
Piri
kst-28498-62
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2026
Tweede Kamer, vergaderjaar 2026–2027, 28 498, nr. 62




