Motietekst
Volledige tekst
Nr. 248 MOTIE VAN HET LID KOOPMANS C.S.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er ten aanzien van de Rohingyabevolking in Myanmar ernstige vermoedens van genocide zijn, mogelijk met staatsverantwoordelijkheid;
overwegende dat er mogelijk een rechtsbasis is in het Verdrag inzake de voorkoming en bestraffing van genocide om Myanmar hierop aan te spreken bij het Internationaal Gerechtshof en te verzoeken om voorlopige maatregelen;
verzoekt de regering, te onderzoeken of er een realistische mogelijkheid is een dergelijke zaak met een voldoende en divers aantal gelijkgezinde landen aan te brengen bij het Internationaal Gerechtshof,
en gaat over tot de orde van de dag.
Koopmans
Van Helvert
Voordewind
Van Ojik
Van der Staaij
Sjoerdsma
Ploumen
Karabulut
kst-32735-248
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2019
Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 32 735, nr. 248
